Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.

Oog in oog

Uitgeverij 't Verschil
8 juli 2011

Bestel Oog in oog (en/of Cadans en Dubbel Leven). Klik op "Koop nu"!

ISBN: 978 94 9095 205 1

Fragment

Hieronder kun je een fragment lezen uit Dubbel Leven. Nieuwsgierig geworden? Tja, zul je toch het boek moeten kopen of lenen bij de bieb! ;)

Dood ongelukkig

's Morgens spraken ze allebei zo weinig mogelijk, verlegen en ongemakkelijk met de situatie. Zo hoorde het niet, zo intiem. Zo anders dan in een van de donkere kamertjes, achter in de disco. Toch had het Arthur goed gedaan, beter dan hij verwacht had, zowel het praten als de seks. Iemand een beetje dichterbij laten was geen straf. Misschien moest hij hem ook maar vertellen waar hij werkte, waarom hij ontbindende lijken tegenkwam. Het was een groot deel van hem, agent zijn, iets dat hij nog nooit met een bedpartner had gedeeld. Niet alleen omdat hij bang was dat het via via bij zijn collega's terecht zou kunnen komen, maar ook omdat het niet meer dan eerlijk leek. Op het bureau wisten ze niet dat hij het met mannen deed, in de disco wisten ze niet dat hij handboeien en een FN-Browning droeg.

Terwijl hij op het bureau een mok koffie tapte, kwamen er wat collega's langs. Ze vroegen hoe hij zich voelde, of hij een beetje geslapen had. Een van hen vertrouwde Arthur zelfs toe dat hij een week lang nachtmerries had gehad.

Zo snel als zijn collegialiteit toeliet, vluchtte Arthur naar zijn werkplek. Daar had hij alleen nog last van Joachim, die precies dezelfde vragen stelde.

"Ik heb redelijk geslapen. Dank je wel. Is er al meer bekend over die nicht van hem?"

Joachim trok een wenkbrauw op. "Nee, helaas is daar nog niks van vernomen. Stokvis en Brouwer zijn daar nog mee bezig. Misschien wil jij ze ermee helpen? Of je kunt vast op zoek naar die jongen."

Heel beheerst, om zichzelf niet te verraden, zette Arthur zijn koffiebeker op zijn bureau. "Is dat echt nodig dan? Hij weet vast net zo weinig als de rest van die jongens."

"Het kan zijn dat hij de laatste is die Hofland in leven heeft gezien. Natuurlijk is dat nodig."

"Ik zou niet weten waar ik moet beginnen met zoeken. Het is niet zeker waarom die jongens bij hem kwamen, je kunt niet op geruchten van de buurt afgaan."

Nadenkend streek Joachim met zijn wijsvinger over het litteken op zijn kaak. "Daar heb je gelijk in, maar is er een reden om aan te nemen dat hij de jongens ontving op zijn slaapkamer voor iets anders dan hand- en spandiensten?"

"We mogen niks uitsluiten."

"En toch wilde je dat net doen. Heb je soms iets tegen homo's?"

De vraag kwam onverwacht en Arthur wist niet wat hij moest zeggen. "Hoe ik over bepaalde zaken denk, heeft toch niets te maken met hoe ik functioneer als politieman?" probeerde hij. Simpelweg ja of nee zeggen was hem te link. Eerlijk gezegd wist hij het antwoord niet eens. Hij kende intussen genoeg mannen en jongens om te weten dat meer dan de helft hem zeker niet trok, met hun gebaartjes, uitdrukkingen, algehele gedrag. Maar dat was niet omdat ze homo waren, niet echt.

Joachim kon het antwoord wel waarderen. "Ook daar heb je gelijk in." Hij keek op en Arthur draaide zijn hoofd om zijn blik te volgen. Rechercheur Brouwer kwam binnen met een map in zijn hand.

"Het sectierapport, ter kennisgeving." Hij gaf de vaalblauwe omslag aan Joachim, maar die schoof hem direct door naar Arthur.

Zijn hart bonkte tegen zijn ribben toen hij het rapport opensloeg. Terwijl hij langzaam las, omdat het jargon hem nog steeds wat verwarde, was hij zich bewust van de blikken van zijn collega's. Soms werd hij moe van het gevoel dat hij constant testen aan het afleggen was. Zou hij wel juist reageren op de onsmakelijke details, zoals zijn leverbeschadiging en het gewicht van zijn hart, of op de foto's?

Opnieuw verging hem alle lust tot eten, maar hij wist zichzelf en zijn gedachten bij elkaar te houden en uiteindelijk op de conclusie uit te komen. "Hartaanval," verklaarde hij opgelucht. "Natuurlijke doodsoorzaak." Geen aids dus. Een dubbele meevaller.

"Zaak gesloten," zei Brouwer tevreden. "Beetje geslapen, Hartman?" vroeg hij toen.

"Ik laat het niet te dichtbij komen." Dat zou nu makkelijker zijn. Hoflands dood had niks met homo's, niks met hemzelf, te maken.

"Goed zo. Anders moet je maar even met Pietersen praten."

Een vertrouwenspersoon, mooi niet. Hij kon dit soort dingen zelf wel oplossen. Uiteindelijk was het toch goed gekomen, vannacht. "Bedankt."

Brouwer gaf hem een waarderend klopje op zijn schouder en liep terug naar zijn eigen kamer.

"Wil jij nog koffie?" vroeg Joachim.