Nieuws!

<< >>

Aldus Sybren is nu verkrijgbaar

Na een geslaagde boekpresentatie is Aldus Sybren nu overal verkrijgbaar: op deze site, via de bekende online verkoopkanalen en natuurlijk bij de boekhandel. Als ze ‘m daar niet op voorraad

Durf

img_20160927_130419

Brutalen hebben de halve wereld. Dat dacht ik, toen ik tijdens een bijeenkomst een journalist tegen het lijf liep. Geen idee wat ze deed verder, maar ik stapte op haar af, vertelde over Sybren en vroeg of ze ideeen had voor media. Zij, Colet van der Ven, bleek een programma te doen bij de EO. Klein en ingetogen, De Nachtzoen. Ze gaf me haar kaartje en ik ging kijken of het wat voor me was. Ik wil natuurlijk niet zo maar op TV.

Weken later word ik uitgenodigd voor een opname. Op een zonnige, veel te warme septemberdag tijg ik naar Hilversum. De EO huist in een prachtig oud pand niet zo ver van het station vandaan.

Een medewerker komt me ophalen, levert me af in een halletje bij een trap. Ik voel me een moment weer acht, toen ik noodgedwongen met de rest van groep vier op de gang moest zitten wegens gebrek aan lokalen. Een aardige man, Fred, stelt me vragen, probeert uit te zoeken wat interessant is om te vertellen straks bij de opname. Hij vertelt ook over zichzelf, en ik vraag me af of dat erbij hoort.

Een vijftigplusser met halflang grijs haar in een knotje werkt het resultaat van het aanhoudende mooie weer een beetje weg. Ik vraag of ik niet beter de blauwe trui aan kan trekken die ik heb meegenomen, maar die zit al een poosje opgepropt in mijn schoudertas en lijkt volgens hem zo uit de wasmand te komen.

“Je ziet er zo ook goed uit.”

Dank je, zeg ik, hard voor gewerkt.

Theo kwast mijn gezicht. “Woog je honderdtien of zo?” vraagt hij lachend, “dat zeggen mensen dan toch.”

Nee, zeg ik, maar die cup DD schoot niet echt op.

De kwast hangt stil in de lucht. Peilend ongeloof. Dan lacht hij en gaat hij verder met z’n poeder.

“En waarom ben jij hier?” vraagt hij intussen. “Wat doe jij voor bijzonders, dat je er op TV over mag vertellen?”

Ik vertel van mijn boek, van mijn leven, en opnieuw stokt de kwast.

“Wacht, dat van die DD was geen grapje?”

Ik til mijn shirt omhoog, laat hem de littekens zien. Hij heeft bewondering voor het resultaat en voor mijn durf en stelt dezelfde vragen als Jeffrey. Ik geniet te veel van zijn aandacht om hem te vertellen dat de antwoorden in mijn boek staan.

Colet opent met complimenten over mijn boek. We spreken de vragen door, waar ik wel en niet antwoord op wil geven, hoe ik de kijker de nacht in wil sturen, en na het installeren van het microfoontje gaan we van start.

Zoals gewoonlijk weet ik niet echt meer waar ik het over heb gehad. Ik herinner me dat ik haar te weinig aankeek, maar ik kon me er niet toe zetten, het formuleren van de antwoorden kostte te veel concentratie. Ik sprak minder met mijn handen dan anders, probeerde eerder te camoufleren dat mijn buik nog niet zo plat is als ik graag zou willen.

Het ging goed. Een enkele take, op een vraag na die Colet nog even opnieuw moest inspreken, toen was het alweer klaar. De productie-assistente bleek dezelfde opleiding als ik te hebben gedaan, dus we praatten even bij over de verschillen (zij begon het jaar nadat ik afstudeerde). Theo veegde mijn gezicht weer schoon en ik stapte de zon in.

Nieuwsgierig liep ik door de straten van Hilversum. Het was nog steeds prachtig weer en overal stonden mooie huizen. Onderweg kocht ik een heerlijk ijsje (Kings IJscafe) en daarna bekeek ik in het Hilversum Museum een fototentoonstelling omdat ik dacht dat het ook over Dudok zou gaan, maar dat bleek een vergissing. Mooie foto’s wel. Prachtige afdrukken met een enorm hoge resolutie. Ze beeldden veelal de liefde tussen oude mensen in een jaren 60-setting uit, waar ik verder weinig mee kon, maar de techniek was geweldig.

Op weg naar het station stapte ik een boekwinkel binnen. Ze hadden mijn boek niet en ik vroeg een medewerkster of ze niet wilde overwegen om ‘m te bestellen. Ze ging kijken, maar zei al dat ik nergens op moest rekenen, en de inkopers waren er niet en zij ging over de jeugdafdelng. Ik vertelde ontspannen mijn verhaal, gaf een boekenlegger, en ze bestelde twee exemplaren.

Als ik maanden geleden niet brutaal had durven zijn, stonden er nu niet twee Sybrens op de plank van een boekhandel in Hilversum. Durf gewoon eens.

Bijzonder cadeau

Verjaardagstomsoezen

Elk jaar ga ik een week naar Frankrijk om te schrijven en dit jaar ontmoette ik daar iemand die mijn boeken erg interessant vond voor haar zoon. Ze wist niet zeker of ze hem Cadans of Aldus Sybren moest geven, maar uiteindelijk is het Sybren geworden.

Alleen heeft ze hem het boek niet zelf gegeven. Dat heb ik gedaan. Dat ging zo.

Haar zoon is op dezelfde dag jarig als ik, en omdat ik van mijn baas een vrije dag kreeg, was ik vrij. Zoonlief woont ook nog eens op slechts 20 minuten fietsen van mij vandaag. Dus zijn moeder had hem gezegd dat hij tussen 11 en 12 thuis moest zijn, want er zou een mystery guest komen.

Goed, ik kom daar aan, loop naar binnen (studentenhuis, voordeur open). Staat een jongen meloen te snijden, maar dat was niet de zoon. Die was namelijk net even boodschappen doen. Figures.

Maar goed, dat duurde misschien drie minuten dus ik vertelde wie ik was en waar ik voor kwam en gaf hem het boek. Hij vond het bijzonder, dat ik het zelf kwam brengen en het onderwerp, en was erg benieuwd. Ook zijn huisgenoten vonden het maar wat interessant.

Kreeg lekker appeltaart en koffie (en papieren zakdoekjes want ik droop van het zweet; het was de warmste verjaardag in 100 jaar en ik had net gesport), even gepraat (nooit geweten dat er zoiets bestond als religiewetenschappen) en toen weer verder, want mijn ouders zouden op bezoek komen.

Dus mocht je nog een cadeau zoeken voor iemand die alles al heeft, een schrijver die z’n eigen boek cadeau komt geven is altijd een optie.

Overigens was ik dinsdag bij de zeer geslaagde boekpresentatie van Anke Laterveer met Lefbek. Dat boek moet je echt lezen. Ik heb het nog niet uit maar ik heb al heel wat gehoord en ik ben blij dat het nu eindelijk gedrukt is en ik ga er gauw in beginnen.

De oude garde

© Kay Tobin Lahusen

Enige tijd geleden kreeg ik van de uitgeverij een ingevuld websiteformulier doorgestuurd. Iemand had Aldus Sybren gelezen en was nieuwsgierig naar mijn andere boeken. Er stond ’79’ in het e-mailadres dus ik dacht, leuk, een (bijna) leeftijdsgenoot. Ik mailde dat in principe elke boekhandel de boeken over Arthur kon bestellen en dat wanneer het onverhoopt niet mocht lukken, ik zelf ook nog wel wat exemplaren had liggen.

De reactie was vriendelijk en niet anders dan ik verwacht had, tot de man begon over de Rotterdamse “homoscene” in de jaren 50. Blijkbaar stond die ’79’ niet voor zijn geboortejaar…

Donner deed moeilijk en hij besloot naar Amsterdam te komen. Vandaag ontmoette ik hem en zijn levensgezel, 84 en 80 jaar oud, en het was prachtig. We hebben maar een halfuurtje gesproken, maar in die tijd kwamen er al zo veel mooie verhalen en voorbij dat ik graag snel meer wil horen. Vijftig jaar ouder dan ik, en altijd trots geweest op en blij met wie hij is. Ontroerend positief.

Ze deden me denken aan de mannen die ik kende in Amerika, ook boven de tachtig. Bob bijvoorbeeld, die altijd zijn vriendjes mee naar zijn ouders kon nemen en in de jaren 60 zowel pastoor was als de leerscene van New York onveilig maakt. Of Van, die ook na z’n 80ste nog steeds elk jaar drie weken in de Dordogne gaat wandelen en ‘s winters skiet, maar toch pas vijftien jaar geleden uit de kast kwam als homo. Of Dickie, mijn surrogaatopa. Zo lief.

Dat doet me er maar weer eens bij stilstaan dat ik de rechten die ik nu heb, en de relatieve acceptatie van de “anders geaarden”, te danken heb aan de generaties die me voor zijn gegaan. De generaties die hebben meegemaakt dat homoseksualiteit strafbaar was, ook in Nederland, en op de lijst met geestesziekten stond. Die het COC hebben opgericht en nog weten hoe seks was zonder de angst voor HIV. Die letterlijk of figuurlijk hun leven hebben gegeven zodat ik op mijn werk uit de kast kan komen en boeken kan schrijven over seksuele minderheden en dat ik daar mooie reacties op krijg in plaats van hate-mail.

Ik kan alleen maar hopen dat ik over vijftig jaar een jongere tref wiens leven ik op de een of andere manier beter heb gemaakt door nu te doen wat ik doe.

Optredens

Tisa Pescar interviewt Micha Meinderts over zijn boek Aldus Sybren op het podium van de Shakespeare Club in het Amsterdam Museum

Soms gaat er weleens wat mis als je geboekt bent voor een optreden en er zijn meer dan twee partijen betrokken. Gister was zo’n dag.

Ik was uitgenodigd om te worden geïnterviewd door een journalist die ook betrokken is bij de homoboekhandel van Amsterdam, in het openbaar tijdens de Shakespeare Club-evenementen die de twee hele weken van ‘s ochtends tot ‘s avonds gehouden worden op het binnenplein van het Amsterdam Museum. Hartstikke leuk, dus ik zei meteen ja, en dacht vast een beetje na over welke antwoorden ik kon geven. De genoemde boekhandel zou ook zorgen voor een boekenkraampje voor het geval de mensen zo geïnteresseerd raakten van mijn ongetwijfeld goed doordachte, onderhoudende en fijnzinnige antwoorden.

So far so good. Maar de dag van tevoren liet de interviewer weten dat hij ziek was, en gister bleek dat ook de boekenstand geen verkoper, noch elektronische betaalmogelijkheden had, alleen boeken. Ik zou een lezing kunnen geven, zoiets schud ik wel uit mijn mouw, al is enige voorbereiding nooit weg (ik moet toch eens een goed verhaal in elkaar draaien en dat uit mijn hoofd gaan leren, dat werkt net iets lekkerder), maar aangezien een bevriende schrijver al laten weten dat ze er ook was, heb ik haar gevraagd of ze me wilde interviewen. Wisselgeld had ik zelf op zak en de bijzonder behulpzame Roeland van de Shakespeare Club regelde een pinautomaat, en ging na afloop zelfs nog met mijn boeken leuren.

Het interview was leuk maar ik had me niet goed genoeg voorbereid (begon met voorlezen terwijl ik nog helemaal niet had uitgelegd waar het boek over ging, gewend aan de journalisten die zich hadden ingelezen, niet aan een publiek dat van niks wist). Leermomentje! Maar utieindelijk liep het allemaal wel los en ik heb nog een paar leuke gesprekken gehad.

Daarna snel een hamburger eten met Jiska van de uitgeverij, met wier aanweezigheid de hele dag ik erg blij was, dit had ik in mijn eentje niet gekund, en richting de Q-factory, waar ik tijdens de Trans Poetry Night nog een stukje zou voorlezen. Dat ging een stuk beter, al miste ook daar de beloofde boekenstand en was er geen Roeland die een pinautomaat regelde, maar mijn verhaaltje zat beter in elkaar. Alleen dat voorlezen… Dat moet echt beter. Daar moet ik op gaan oefenen. Kleine stukjes gaan wel, maar meer dan een pagina wordt lastig. Gelukkig was het een goed gekozen stuk en kwamen er leuke reacties uit de zaal.

Overigens was ik gelukkig niet de enige die een bijdrage leverde. Er werden prachtige gedichten voorgedragen, een aantal essays die zowel onderhoudend waren als tot nadenken stemden (en veel beter voorgelezen dan mijn stuk) en het Trans anthem zat een stuk beter in elkaar dan het Koningslied. Na afloop mooie gesprekken gehad (daar hou ik nog meer van dan van boeken verkopen en signeren), nieuwe vrienden gemaakt en op het nippertje mijn laatste bus gehaald. Ik had ‘s ochtends al Witcher 3 uitgespeeld (na ruim 100 uur spelen…) dus ik kon meteen afgemat naar bed.

Al met al een geslaagde dag, maar stressvoller dan nodig. Maar ach, we hebben het overleefd en het was mooi om mijn steentje bij te dragen!

Aldus Sybren is nu verkrijgbaar

Na een geslaagde boekpresentatie is Aldus Sybren nu overal verkrijgbaar: op deze site, via de bekende online verkoopkanalen en natuurlijk bij de boekhandel. Als ze ‘m daar niet op voorraad hebben, kunnen ze ‘m makkelijk voor je bestellen, het duurt alleen iets langer. Hou ook mijn site en Facebook in de gaten.

Fragmentje – Aldus Sybren

Onderstaand fragment komt uit het eerste hoofdstuk van Aldus Sybren. Sybren woont net bij zijn oom in Nederland en er komen twee familieleden op bezoek, die de nicht die een neef is geworden eens willen bekijken. Sybren is er … niet zo blij mee.

Met drie kopjes Senseo-koffie en een mok thee voor mezelf liep ik de woonkamer weer in.
‘En hoe voelt het om weer in Nederland te zijn?’ vroeg tante An na een korte stilte. ‘Kun je al een beetje wennen hier?’
Ik schokschouderde.
‘Ach, natuurlijk,’ zei oom Harold geringschattend. ‘Ze is toch gewoon Nederlands. Die paar jaartjes aan de andere kant van de grote plas…’
‘Har!’ Tante An keek hem waarschuwend aan.
‘Wat?’
‘Wat hadden we nou afgesproken?’
‘Wat?’
‘Hij!’ fluisterde tante An nadrukkelijk. ‘Weet je nog?’
‘Hij wat? O! Juist.’ Oom Harold schraapte zijn keel. ‘Neem me niet kwalijk hoor. Het is even wennen.’
Dat snapte ik. Ik ontspande.
Met een afstandelijk soort interesse luisterde ik naar de politieke discussie tussen mijn beide ooms. Ik had altijd het idee gehad dat de regering in Nederland wel wist wat ze deed, maar afgaand op het gesprek leek er nooit een incapabeler kabinet te zijn geweest.
‘Het is in ieder geval geen Bush,’ zei ik met een grijnsje.
‘Heb jij niet op hem gestemd dan?’ vroeg oom Harold.
‘Natuurlijk niet! Ik stemde voor Obama.’
‘Bush had ook goede punten.’
Daar wilde ik niet eens antwoord op geven.
‘Hij wist tenminste van aanpakken. Dat missen we hier in Nederland: aanpakken. Je had beter in Amerika kunnen blijven.’
En daar ook niet op. Diep van binnen gaf ik oom Harold gelijk, al was dat om redenen die hij niet zou begrijpen.
‘Volgens mij zijn de meisjes daar ook leuker,’ vervolgde hij met een twinkeling in zijn ogen.
‘Kan wel.’ Ik nam een slok thee. Te heet nog, en ik focuste me op de pijn in mijn tong.
‘Ach kom, je bent toch niet blind?’
‘Ik kijk naar mannen.’
Oom Harold staarde me aan. ‘Maar… je wil toch man zijn? Dan kijk je toch naar vrouwen?’
‘Ik bén een man. Een gay man.’ In mijn borst gloeide iets wat niet de thee was. Mijn kaak verstrakte.
‘Had je dan niet beter een meisje kunnen blijven?’ vroeg tante An voorzichtig. ‘Dan is het vast makkelijker om iemand te vinden…’
‘Maar de rest zou moeilijker zijn.’ Hopelijk moesten ze nog een heel eind rijden en zouden ze op tijd vertrekken. Over twee minuten bijvoorbeeld. Of nu.
‘Wat knap dat je er dan toch voor gegaan bent, als je weet dat je alleen zult blijven. Moedig hoor.’
Ze straalde alsof ze me een enorm compliment had gegeven.
‘Hoe ga je nou om met depressie?’ ging ze verder. ‘Heb je daar pillen voor?’
‘Excuse me?’
‘Veel trans-sek-su-e-len,’ tante An dempte haar stem, ‘zijn toch depressief? Dat is in het nieuws. Over zelfmoord.’ Ze wierp me een blik vol medelijden toe.
‘Ik ben niet depressief,’ zei ik zo vrolijk mogelijk.
‘Je bent wel somber,’ zei oom Willem ongevraagd. ‘Vroeger was je blijer.’
Ik wist zeker dat dat niet waar was. ‘Vroeger woonde ik niet in Nederland.’
‘Van dat weer hier word ik ook somber!’ Oom Harold lachte luid.
‘Har!’ siste mijn tante weer. ‘Je moet het niet bagatelliseren! Dan denkt ze dat je haar niet serieus neemt. Hem. Sorry. Sorry, Sybren.’
Ik sloeg mijn benen over elkaar en vouwde beide handen om mijn theebeker. De glimlach die ik op mijn gezicht dwong, leek er met een bot mes te zijn ingekerfd.
‘Dat moet je niet doen, hoor,’ zei oom Harold, wijzend naar mijn benen. ‘Zo zien ze meteen dat je eigenlijk een vrouw bent, als je zo zit.’
Naast me ging oom Willem haastig verzitten.
‘Ik ben niet eigenlijk een vrouw,’ zei ik met opeengeklemde kaken. ‘Nooit geweest.’
‘Je begrijpt wel wat ik bedoel. De natuur kun je niet veranderen, een echte man zul je nooit worden.’
‘Har! Hier hebben we het ook over gehad.’
‘Ik mag toch zeggen wat ik vind?’
‘Waarom denk je dat het mij iets kan schelen wat jij vindt?’
Mijn gezicht voelde koud aan.
‘We zijn familie,’ sputterde mijn tante.
‘Familie moet eerlijk tegen elkaar kunnen zijn,’ vond mijn oom.
‘Kan ik ook eerlijk zijn dan en zeggen dat ik geen fuck geef over jullie mening over mijn leven en mijn keuzes?’ Mijn keel schroefde zich dicht en ik knarsetandde.
‘Nou nou,’ zei oom Harold. ‘Dat is ook niet nodig, wel? Echte mannen laten zich niet zo gaan, weet je, die hebben hun emoties onder controle.’
‘Goed dat ik geen echte man ben dan, hè?’
Oom Harold zat eindelijk om woorden verlegen en tikte gemaakt nonchalant met zijn vingers op zijn knie. Tante An rommelde in haar tas op zoek naar god mocht weten wat.
Ik verbrak de stilte door mijn theebeker op de plavuizen te smijten. Het witte porselein spatte alle kanten op.
‘Oops. Sorry,’ zei ik als reactie op de geschokte blikken van mijn familieleden, alsof het een ongelukje betrof. ‘Ik zal het even opschonen.’
‘Laat mij maar,’ zei oom Willem haastig. Hij raapte de grootste stukken aardewerk van de grond en legde ze op de salontafel. Het oortje was nog heel.
‘Willen jullie nog een kopje koffie?’

Proloog – Aldus Sybren

Onderstaande proloog heeft het tot versie 3.3 uitgehouden. Daarna besloot ik dat hij eruit moest, het verhaal moest meteen beginnen, zonder samenvatting van tevoren. Ik denk dat iedereen het met me eens is dat het een goede beslissing is geweest.

Overigens, op basis van de laatste zin heeft het verhaal nog een poosje de werktitel “Blauwe Inkt” gehad, maar daar was niemand van gecharmeerd.

Single.
Voor het eerst sinds tien jaar. Sterker nog, voor het eerst van mijn leven.
Ook toen mijn kersverse ex-man zijn veel nettere en volwassener ogende handtekening onder de scheidingspapieren zette, kon ik nog weinig anders denken dan: Jezus, hoe anders is mijn leven nu dan toen ik hem voor het eerst zag.
Twee tieners, hij net achttien, ik bijna negentien, klaar met highschool. Onhandig op het genante af, al hadden we vooraf via AOL instant messenger afgesproken dat we niet awkward zouden doen en elkaar gewoon zouden knuffelen. Het begin van een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’, iets waar mijn klasgenoten me van hadden overtuigd dat dat niet voor mij was weggelegd.
Nu bleek dat het leven niet te plannen valt, wat iedereen ook beweert.
Hij legde de pen neer en schoof de papieren terug naar de mediator, schaapachtig en met een gelaten blik in zijn ogen. Ik onderdrukte de opwelling zijn hand te pakken; elke poging van toenadering was de afgelopen maanden afgestraft en met publiek erbij zou hij zich helemaal geen raad weten met zijn houding.
“Dan is alles nu in orde,” zei de mediator met haar opgeruimde stem. “Ik zal alle papieren opsturen en als ze een beetje opschieten, is het over zes weken definitief. Ik wens jullie beiden veel geluk.”
We stonden tegelijk op, wilden tegelijk haar hand schudden en zij wist niet welke van de twee mannen die nu voor haar stonden het eerst moest. Ik liet Brian voorgaan – als het niet volgens het boekje kon, zou zijn humeur nog verder kelderen, en we moesten nog samen naar huis.
Zes weken dus, dan was ik vrij om te gaan. Naar Nederland, was het plan, het land waar ik de eerste acht jaar van mijn leven had doorgebracht met mijn ouders en broertje. Nog zes lange weken in de logeerkamer slapen, op de bank naar dezelfde televisieseries kijken, ieder in zijn eigen hoekje, niet tegen elkaar aangekropen zoals vroeger.
Ineens wist ik niet zeker of ik dat wel zou kunnen. Brian leek onbenaderbaarder dan ooit tevoren op dit moment, bijna een vreemde. Zeker niet de man met wie ik tien jaar van mijn leven gedeeld had.
Maar zou hij niet hetzelfde denken als hij mij zag? Vijf jaar geleden was hij getrouwd met een vrouw. Nu was hij gescheiden van een man.
Ik weigerde me schuldig te voelen over waar ik hem doorheen had gesleept zonder dat hij erom had gevraagd. Ik had er óók niet om gevraagd, net zomin als men vraagt om een dwarslaesie of een angststoornis. Nee, schuldig voelde ik me niet, maar ik vond het wel lullig voor hem. Ik had de afgelopen jaren geprobeerd om de impact van mijn transitie van vrouw naar man zo klein mogelijk te houden, maar ook al laat je een bom heel voorzichtig vallen, ontploffen doet hij toch wel.
Zes weken lang wisselden we alleen de hoogstnoodzakelijke woorden. Ik spendeerde meer en meer tijd bij vrienden of in de homobar The Element, nam afscheid van mijn vrienden en regelde de laatste dingen voor mijn vertrek. De dag dat ik de oostkust van Amerika definitief achter me liet, vertrok hij naar zijn werk zonder nog iets tegen me te zeggen. Zo goed en zo kwaad als het kon zette ik het van me af. Het was tijd voor een nieuw hoofdstuk.
Geschreven in blauwe inkt.

Impressie boekpresentatie

9 juli 2016 werd mijn boek Aldus Sybren officieel gelanceerd in boekhandel Scheltema in Amsterdam. Er waren een hoop bekenden en zelfs wat onbekenden op afgekomen, heel fijn!

Linda Crombach sprak over hoe zij en de uitgever, Mariska Budding, meteen verkocht waren toen ze Sybren onder ogen kregen, en hoe goed het bij de imprint paste. Ik kreeg allemaal complimentjes, allemaal terecht natuurlijk. Daarna nam ik zelf het woord. Ik vertelde een beetje over waarom ik het boek had geschreven en waarom ik het uit wilde reiken aan Paul van Loon, die toch een heel ander genre schrijft. Paul verraste me door een van mijn oude brieven (uit 1993) voor te lezen. Hilariteit alom. Daarna las ik nog een stukje (veel te snel) voor en konden mijn gasten aan de drank en ik aan de bak, want er moesten boeken gesigneerd worden.

Na afloop met een aantal collega’s en mijn ouders gaan kaasfonduen, met een toetje bij Loetje na afloop, en afgepeigerd naar bed. En nu gaat Sybren de wijde wereld in!

Foto’s (c) mijn moeder.

Interviews

journalist-985073_640

Het duurt niet lang meer. Minder dan twee weken. Sommige fans (blijft een raar idee dat ik fans heb) zijn al aan het aftellen tot ze mijn boek kunnen lezen. Ik kan even geen beter compliment, geen mooier vertrouwen in mijn kunnen als schrijver bedenken.

Ook de landelijke en regionale pers begint interesse te krijgen. Ik heb er nu drie interviews opzitten met kranten en een tijdschrift. Ik weet niet goed of ik kan noemen welke het zijn, maar als het gepubliceerd is hoor je het sowieso.

Het eerste interview was kort en telefonisch, voor een wekelijkse rubriek. Ik zat op mijn werk in een druk kantoor dus uiteindelijk ben ik maar naar buiten gelopen om rustig te kunnen praten. Ik heb niks te verbergen maar ik wilde ook niet dat een collega losse flarden zou opvangen of zo. Dat is precies de manier waarop geruchten ontstaan die een eigen leven gaan leiden, geen zin in. Er denken er al te veel dat ik iets heb met de trainer, geloof ik 😉

Vandaag sprak ik tweemaal een uur met een journalist face-to-face. Op kantoor, want ik was zo gaar van een (gelukkig afnemende) luchtweginfectie dat niks me meer kon schelen en ik alle energie nodig had om de vragen te begrijpen, en later in het hotel aan de overkant omdat de kantine te rumoerig was en ik vanwege eerdergenoemde infectie niet kon schreeuwen.

Ik vond het verrassend hoe anders de insteek was. Beide dames waren zorgvuldig met hun vragen en woordgebruik, en respecteerden mijn grenzen. Dat maakte vrijuit spreken een stuk makkelijker. De dame van het magazine wilde het heel erg over mij hebben, wat niet erg is want als het over mij gaat, gaat het ook over het boek, terwijl de dame van de krant meer leek te vragen naar gewaarwordingen, ideeën, meningen, belevingen. Veel abstracter op de een of andere manier. Dat had ik niet verwacht, en ik ben erg benieuwd naar het uiteindelijke resultaat.

Er zitten nog meer interviews voor verschillende media in de pijpleiding, en ik heb nu meer vertrouwen dat het wel goed gaat komen. Intussen schrijf ik wat stukjes voor nieuwsbrieven, nodig ik mensen uit voor de boekpresentatie en probeer ik mijn werk ook nog goed te doen. Gelukkig ga ik morgen een paar dagen naar Ierland om bij te komen en me op te laden voor de Grote Dag. Als je nog geen uitnodiging hebt gehad, check even hier waar je wanneer moet zijn. Tot dan!

Uitnodiging boekpresentatie

UITNODIGING ALDUS SYBREN - MICHA MEINDERTS